Hoe het Greijdanus in kleine teams werkt aan onderwijsverbetering
Meer zicht op de leerling. Eigenaarschap voor de docenten. Verbinding tussen docenten en meer werkplezier. Dat zijn de resultaten die het Greijdanus Zwolle beoogt met het project Gilde Leren. Als onderdeel van de plusregeling van de Onderwijsregio Zwolle e.o. is de afdeling vmbo BBKB34 begonnen met een (voor hen) nieuwe manier van werken: in kleinere teams van zes tot tien docenten werken aan de kwaliteit van het onderwijs en de begeleiding van leerlingen. Hoe bevalt deze manier van werken na twee jaar? Matthijs Scheer, afdelingsleider vmbo BBKB (klas 3/4) op het Greijdanus Zwolle, vertelt er meer over.
‘Eerder werkten we met verschillende docententeams, ingericht per onderwijsniveau. Die teams waren groot, soms tussen de 25 en veertig docenten.’ De omvang van de teams had negatieve gevolgen voor de communicatie, betrokkenheid en samenwerking. Leerlingbesprekingen vonden vier keer per jaar plaats, maar verliepen met zoveel mensen weinig efficiënt. Als teamleider was Matthijs inhoudelijk sterk betrokken bij deze besprekingen en bij het opstellen van de teamplannen. ‘Hoewel de teamplannen werden opgesteld met inbreng van het team, was de teamleider degene die de teamplannen schreef. ’ Al met al was de betrokkenheid van docenten minder groot dan hij graag had gezien, en dat had weer invloed op de kwaliteit van de begeleiding van leerlingen. Dat kon anders, dacht Matthijs. ‘De docent keek meer vanuit diens eigen les of vakgebied naar de leerlingen. In de ene les bij de ene docent gaat dit goed, maar in de andere les met een andere docent kunnen er wel (gedragsmatige) problemen zijn. Op dat moment ontbreekt een eenduidige aanpak en handelingsrepertoire.’
Een van de onderwijsteams op het Greijdanus was al gestart met deze manier van werken als gevolg van het vertrek van een teamleider. ‘Vanuit daar is het gesprek binnen het management team op gang gekomen en is expertise ingeroepen. Het MT zag kansen.’ Vervolgens zijn Matthijs en een andere collega-teamleider hun eigen teams ook op deze manier gaan organiseren Het doel was helder: meer zicht op leerlingen, meer eigenaarschap en betrokkenheid van docenten, meer verbinding tussen collega’s en meer werkplezier. Daarnaast zag hij kansen om de inductie van startende docenten beter te organiseren. Dit alles vormde de aanleiding voor een nieuwe manier van werken, met kleinere onderwijsteams van zes tot tien docenten.
De kleinere onderwijsteams zijn heterogeen samengesteld, waarbij wordt gekeken naar vakgebied en werkervaring. Matthijs stelde de teams zelf samen. ‘In een van de teams, dat hoort bij het techniekprofiel, zaten bijvoorbeeld meerdere techniekdocenten. Daar heb ik docenten van andere vakken aan toegevoegd, zoals een taaldocent, een docent vanuit de exacte vakken en een sterke pedagoog. Zo ontstaat er meer balans in het team,’ legt hij uit. Ook probeert hij bij de samenstelling rekening te houden met werkervaring, zodat teams bestaan uit een mix van startende en ervaren docenten. Deze verscheidenheid maakt de teams sterker.
Niet alleen de samenstelling van de teams is veranderd, ook de werkwijze. De onderwijsteams zijn elk verantwoordelijk voor een aantal klassen, zowel op groeps- als leerlingniveau. Ook gaat het niet alleen over het leren van de leerlingen, maar juist ook over de begeleiding van hen. De onderwijsteams komen eens per twee weken bij elkaar. ‘Er wordt in feite meer gevraagd dan in de vorige situatie, maar dat wordt niet door iedereen als werkdrukverhogend ervaren.’ Er komt ook werkplezier voor terug. Dat hangt samen met de ruimte die teams krijgen. Elk onderwijsteam verdeelt onderling rollen, zoals die van procesbegeleider en voorzitter, en stelt gezamenlijk een jaarplan op: waar willen we dit schooljaar aan werken, welke doelen horen daarbij en wat is daarvoor nodig? De thema’s die voorbijkomen lopen uiteen van hoe er gewerkt wordt aan de basisvaardigheden tot aan het vormgeven van buitenschools onderwijs, maar ook over hoe er meer formatief gewerkt kan worden.
Veranderende rol teamleider
Met de invoering van de kleinere onderwijsteams is ook de rol van Matthijs als teamleider veranderd. ‘Ik ben nu meer coachend, faciliterend en ondersteunend bezig. Ik richt me vooral op het functioneren van de drie kleinere onderwijsteams,’ vertelt hij.
Hij sluit regelmatig aan bij de teamoverleggen om zicht te houden op wat er speelt. Zo blijven de lijntjes kort. Een procesbegeleider stapte bijvoorbeeld naar hem toe met zorgen over werkdruk. Het team had aan het begin van het schooljaar hoge doelen geformuleerd, die mogelijk te ambitieus bleken. ‘Ik heb het team gevraagd samen te kijken wat haalbaar is, gezien de beschikbare tijd en middelen.’
Dit illustreert volgens Matthijs het eigenaarschap van de teams. ‘Het is echt hun eigen plan. Uiteraard binnen de kaders van het schoolbeleid, maar er is veel ruimte voor eigen keuzes.’ Dat gaat vooral ook over het hoe.

Breder perspectief op leraarschap
Deze manier van werken vraagt om een breder perspectief op het beroep van leraar. ‘Dit kan voor een starende docent heel fijn werken,’ legt Matthijs uit. ‘Als startende docent kom je in een klein team in een ‘veiligere’ setting binnen. De verbinding met het team is dan sneller gelegd en nieuwe medewerkers voelen zich hierdoor sneller op hun gemak. Ook biedt het kansen om gelijk zicht te krijgen op andere dingen naast het lesgeven waar je ook in kunt groeien en je in kunt ontwikkelen.’ Ook voor ervaren docenten ziet hij verandering. ‘Die verbreding was er altijd al, maar nu is er gevoelsmatig meer ruimte om daar ook daadwerkelijk iets mee te doen.’ Docenten houden zich binnen de teams niet alleen bezig met het lesgeven en de cognitieve ontwikkeling van leerlingen, maar ook met pedagogische vraagstukken.
Naast dat leerlingen een mentor hebben als eerste aanspreekpunt, draagt het onderwijsteam gezamenlijk verantwoordelijkheid voor de ondersteuning van de klassen die aan het team verbonden zijn. Dit zorgt voor andere gesprekken en een bredere blik op wat er in een klas gebeurt. In een van de teams kwam groepsdynamiek naar voren als urgent thema. Docenten gingen gezamenlijk verkennen wat zij zagen in de klas en hoe zij daarmee omgingen. ‘Dat leidde tot een professionaliseringsvraag,’ vertelt Matthijs. Het team vroeg hem om scholing op dit gebied te faciliteren. ‘Dit is echt anders dan vroeger,’ zegt hij. ‘In plaats van dat ik bepaal waar we mee aan de slag gaan, komt de vraag nu uit het team zelf.’
Leren van en met elkaar
Deze manier van werken draagt bij aan de ontwikkeling van een lerende cultuur binnen de school. Matthijs ziet dat docenten bij elkaar in de klas observeren en elkaar feedback geven.
‘Een van de docenten had moeite met een specifieke klas. Collega’s uit hetzelfde team, voor wie dit minder speelde, hebben meegedacht en ondersteuning geboden.’ Dat gebeurt nog niet in alle teams. ‘Bij elkaar in de les kijken is niet overal vanzelfsprekend, maar dat vraagt ook tijd en vertrouwen.’
Van pilot naar vervolg
Matthijs is tevreden over de pilot. Voorlopig blijven de onderwijsteams in de basis zoals ze nu zijn. Leerlingen vallen minimaal twee jaar onder de verantwoordelijkheid van hetzelfde onderwijsteam. Deze stabiliteit maakt het mogelijk om leerlingen langer te volgen en een doorgaande lijn te creëren.
Ook de eerste reacties van docenten zijn positief, blijkt uit onderzoek dat Matthijs uitvoerde onder de betrokken teams. Op alle beoogde doelen, eigenaarschap, verbinding, zicht op de leerling en werkplezier, ziet hij positieve ontwikkelingen. ‘Het blijft een leerproces, maar de eerste signalen zijn bemoedigend.’
Een volgende stap is het vormen van een teamoverstijgende expertgroep. ‘Bepaalde thema’s spelen in meerdere teams. Dan is het waardevol om afgevaardigden samen te laten kijken hoe we bijvoorbeeld cyclisch kunnen werken, in plaats van dat ieder team dit afzonderlijk doet.’
Voor het Greijdanus als geheel hoopt Matthijs dat deze manier van werken op termijn breder wordt ingezet. De school koos er bewust voor om niet gelijk de hele school anders te organiseren, maar hiermee eerst te starten in een aantal teams waar dit voor de hand lag. Uiteindelijk is het doel dat de hele vestiging in Zwolle op deze manier te werk gaat.
Benieuwd naar de bevindingen van het onderzoek? Neem dan contact op met Matthijs Scheer via m.scheer@greijdanus.nl.
OVER DE AUTEUR
Shirine Bousaid is onderzoeker bij het associate-lectoraat Interprofessioneel samenwerken voor kansrijke ontwikkeling en docent in de voltijdpabo en ad-opleiding Pedagogisch Educatief Professional (PEP) op Hogeschool KPZ. Ze is betrokken bij de onderzoekslijn van Onderwijsregio Zwolle e.o.

